Odin-imker vertelt 2017

juni 2017 - Uit het Odin zomermagazine

De Odin-imker vertelt 

Darren, de mannetjes bijen, worden door veel imkers als nietsnutten gezien. Die alleen maar honing komen snoepen. Toch zijn de darren heel erg speciaal en essentieel. Waarom? Dat zal ik vertellen.

Darren tref je alleen in de volken aan tussen april en september. Het kunnen er een paar honderd zijn maar ook wel 2000. Er kunnen wel 40.000 werksters zijn er is bijna altijd maar één koningin. Ze komen tegen het eind van de middag bij een bijenvolk aan, een volk waar ze niet geboren hoeven te zijn, om zich tegoed te doen aan de nectar of honing. Ze verzamelen zelf namelijk geen nectar of stuifmeel of propolis of water. Ze weten ook nooit in welk volk ze de volgende avond zullen eten en rusten. Ze zijn overal welkom. In tegenstelling tot de werksters en de koningin die trouw aan elkaar zijn en voor elkaar zorgen in die ene kast als een supra organisme.

Alle darren verzamelen
Darren verzamelen zich meestal in de middag zo tussen 14.00 en 17.00 uur op zogenaamde darrenverzamelplaatsen. Ze kunnen wel met 30.000 darren bij elkaar komen. Onderzoekers hebben ontdekt dat op één zo'n darrenverzamelplaats de darren van wel 240 verschillende volken uit de regio bij elkaar komen.


We weten nog maar heel weinig over deze mysterieuze darrenverzamelplaatsen. De oudst gedocumenteerde is van 1756 in Engeland. Het zijn vaste plekken in het landschap. Afhankelijk van de weersituatie kiezen de darren één van de darrenverzamelplaatsen uit. Luchtstromingen en temperatuur spelen hierbij een grote rol. Boven windkracht drie komen ze niet bij elkaar.

De darren vliegen meestal boven de boomtoppen op zo'n 15 tot 40 meter hoog. Het verhaal gaat dat een rugby coach een imker vroeg om een zwerm bijen weg te halen. De reden: ze hadden iedere zaterdag tijdens de training last van het enorme gezoem boven hun hoofd. Het bleek een darrenverzamelplaats te zijn die daar al jaren aanwezig was.

De bruidsvlucht
De darrenverzamelplaats is ook een belangrijke bestemming voor de jonge, nog niet bevruchte, koningin. Daar aangekomen vliegt ze omhoog en gaan de darren achter haar aan. Zo vormen de darren als het ware een soort komeet achter de koningin. De sterkste dar paart dan met haar. Jonge koninginnen kunnen meerdere van deze bruidsvluchten maken en paren gemiddeld met 20 darren uit de regio. Daarna paart zij nooit meer en is zij vijf tot acht jaar lang in staat bevruchte dan wel onbevruchte eitjes te leggen. Dit zijn meer dan één miljoen eitjes! Uiteindelijk sterft de dar bij het paren, het was voor hem letterlijk het hoogtepunt van zijn leven. Begin augustus worden bijna alle dan nog levende darren de kast uit gejaagd of gedood door de werksters.

Omdat de darren uit zo'n groot gebied en afkomstig van veel verschillende volken samen komen op deze darrenverzamelplaatsen is de kans op inteelt zeer klein. Zo kunnen de bijen zich goed aanpassen aan veranderende omstandigheden, mits er voldoende en divers voedsel aanwezig is. Steeds meer imkers zien dan ook het belang en de waarde van deze bijzondere wijze van lokale bevruchting en selectie in. Namelijk om onze bijen ook op lange termijn weer gezond te krijgen en te houden. En daarmee vervult de dar een onmisbare functie niet alleen voor het individuele volk (De Imme) maar ook voor de regionale bijenpopulatie.

Dus... hoor je het buiten stevig zoemen hoog boven je hoofd? Wellicht ben je dan getuige van een unieke gebeurtenis: de bruidsvlucht en het paren van darren met koninginnen.

Jos Willemse
Odin-imker



april 2017 - Uit het Odin voorjaarsmagazine

De Odin-imker vertelt

De bijen vragen, nu meer dan ooit, om onze aandacht. Daarom hebben Odin en de Kunsthal mei als bijenmaand uitgeroepen. Samen zetten we de bijen in het zonnetje. Doet u ook mee?

Het dier waar Rudolf Steiner, de grondlegger van de biodynamische landbouw, het meest over gesproken heeft, is de honingbij. Hij waarschuwde in 1924 al voor de gevolgen van kunstmatige bijenteelt en een te ver doorgevoerde koninginnenteelt. "Ieder mens zou zich voor de bijen moeten interesseren," zo zei hij, "zó belangrijk is hun taak voor al het leven op aarde." Daar sluit ik me bij aan.

Ter ere van de opening van de tentoonstelling over Rudolf Steiner in 2014, mochten er twee Odin bijenvolken op het dak van de kunsthal logeren. Deze stadsbijen zijn er, mede dankzij het planten van bloembolletjes, nog steeds hartstikke tevreden. Er is een mooie band ontstaan tussen de bijen en de medewerkers van de Kunsthal. Tot onze vreugd mogen de volken er ook na de afgesproken periode van twee jaar blijven wonen. Misschien ook wel door de heerlijke honing die de medewerkers hebben mogen proeven van de volken op het dak.

Samen met de medewerkers van de Kunsthal willen we met iedereen delen hoe kostbaar en belangrijk deze mooie dieren zijn. Daarom zal de meimaand voortaan bijenmaand zijn in de Kunsthal. We geven extra rondleidingen naar de bijenkasten op het dak, informatieve lezingen en workshops zaadbolletjes maken. Hiermee kunnen we braakliggende stukjes grond inzaaien, zodat de bijen het jaar rond voldoende te eten hebben.

Thuis aan de slag
Totdat de bijenmaand is aangebroken, kun je alvast thuis aan de slag. Koop zakjes biologisch zaadgoed van drachtplanten* en deel het uit op verjaardagen of zet het in een kweekbakje in de vensterbank. Aanschouw het wonder van ontkiemen en plant de plantjes in de tuin als schenking aan de bijen. Creëer je eigen bloemstukken nadat de bloemen in bloei zijn gekomen en de insecten ze hebben bezocht. En oogst later je eigen zaad voor volgend jaar. Je kunt je zaden ook ruilen op een van de zadenbeurzen in het land.

*Een drachtplant is een plant die in de vorm van nectar en pollen voedsel levert aan insecten. In onze winkels vind je diverse biologische groente- en bloemenzaden. Zaai bijvoorbeeld goudsbloem, courgette, Oost-Indische kers, het bijenweide mengsel (zie blz. 23) of het bloemenmengsel Tübinger. Een overzicht met drachtplanten is ook te vinden op www.imkerpedia.nl en www.drachtplanten.nl.

Verrijk je bijenkennis
Geen imker worden, maar wel meer weten over de bijen? Hoe het met ze gaat, haar biologie, haar producten en hoe we ze kunnen helpen? Kom dan naar de ‘Bijen snuffelochtend' in de Kunsthal (18 mei 2017) of op Kraaybeekerhof (13 juni 2017). Wil je zelf bijen gaan verzorgen? Volg dan een van de biodynamische cursussen die ik dit jaar verzorg. 

Een heel mooi voorjaar gewenst!

Jos Willemse, Odin-imker



februari 2017 - Uit het Odin wintermagazine 

De Odin-imker vertelt

"Ik ben natuurlijk niet de enige", begint Odin-imker Jos Willemse zijn verhaal, "maar ik loop er als imker tegenaan dat er uit wetenschappelijke hoek schijnbaar tegenstrijdige boodschappen komen over het wel en wee van de bijen. Dat maakt het soms niet makkelijk om een wijs besluit te nemen over lastige vraagstukken. Met pittige discussies onder imkers onderling tot gevolg. Ter illustratie neem ik u mee in het probleem met de varroamijten."

Het varroamijtenprobleem
De varroamijt is een parasiet die zich voortplant in het broed van de bijen. De mijt wordt wereldwijd gezien als een belangrijke bedreiging voor de bijen. "Bijen kunnen moeilijk omgaan met varroamijten en varroamijten met bijen, zeker als ze elkaar net hebben leren kennen", legt Jos uit. "Het kost hen zeker vier jaar om zo met elkaar te leren omgaan dat ze er beiden niet meer aan onder door gaan. Dit wederzijdse leerproces kan gepaard gaan met grote verliezen tot wel 80 à 90% onder de bijenvolken en ook onder de mijten. Na enkele jaren zal de populatie echter weer op de oude sterkte terug zijn."
"Ondanks dit natuurlijke aanpassingsvermogen zweren vele wetenschappers en imkers erbij dat we mijten te vuur en te zwaard moeten bestrijden. Met chemicaliën waar de bijen zelf ook onder leiden en beschadigd door raken. Dit gaat zo ver dat imkers die niet chemisch willen behandelen en dus vertrouwen op het aanpassingsvermogen van de bijen en mijten, uitgemaakt worden voor immorele amateur imkers", vertelt Jos. "Dit zijn slechte imkers in hun ogen. En immoreel omdat ze hun collega-imkers aan meer varroamijten zouden helpen. Nu wil het geval dat ik dus zo'n ‘slechte' imker ben", verklaart Jos. "Ik ben immers een biodynamisch werkende imker en gebruik geen bestrijdingsmiddelen om wat dan ook te doden. Dus ook niet de varroamijt. Ik werk liever samen met de natuur dan de natuur te bestrijden en vertrouw op het herstellende vermogen en de veerkracht van de natuur."

In de spagaat
"Dit najaar las ik een wetenschappelijk artikel van twee gerenommeerde bijenonderzoekers", vervolgt de Odin-imker. "Zij concluderen, na bestudering van vele bijenonderzoeken, dat wij de bijenproblematiek op lange termijn alleen kunnen oplossen door de bijen hun selectie (weer) zelf te laten uitvoeren en dit natuurlijke selectieproces zoveel als mogelijk te ondersteunen. Natuurlijke selectie wordt nu namelijk op allerlei manieren tegengewerkt door zwermverhindering, kunstzwermen, kunstmatige inseminatie, raszuivere koninginnenteelt,

het vervangen van koninginnen en darrenteelt."
"Nu zijn de wetenschappers die dit schrijven dezelfde wetenschappers die eerder nog fel propageerden dat we de varroamijt te vuur en te zwaard moesten bestrijden. Klopt het dat je aan de ene kant verkondigt dat je de varroamijt moet bestrijden om de bijen gezond te houden en dus niet vertrouwt op hun aanpassingsvermogen en aan de andere kant natuurlijke selectie propageert om de bijen gezond te houden?", vraagt Jos zich hardop af. "Ik kom hierdoor in een spagaat terecht. Voor mij klopt dit niet.

Uithoudingsvermogen
"Mijn kijk op de zaak wordt in ieder geval gesterkt door een advies van de bekende Noord-Amerikaanse bijenonderzoeker prof. Thomas D. Seeley. Hij betoogt dat we de bijenvolken het beste kunnen ondersteunen door hun natuurlijke manier van leven te ondersteunen en te vertrouwen op hun wonderbaarlijke aanpassingsvermogen. Het zwermen is daar een essentieel onderdeel van. Prof. Seeley adviseert dan ook
niet om de varroamijten te vuur en te zwaard te bestrijden", vervolgt Jos. "De essentie is volgens mij dat je de veerkracht van een organisme niet kunt ondersteunen en vergroten als je er een kasplantje van maakt dat aan een denkbeeldig infuus hangt. Zelf tref ik doorgaans weinig varroamijten in mijn bijenvolken aan en is het sterftecijfer onder mijn volken voor mij zeer acceptabel. Het vraagt moed, vertrouwen en veel geduld. Het uithoudingsvermogen wordt op de proef gesteld. Maar uiteindelijk beloond."



Archief Odin-imker vertelt